↑ Terug naar Uitstappen

Musicaklassen

 

Doelgroep  

6e leerjaar

 

Duur  

5 dagen (met overnachting)

 

Periode  

maart/april

 

Inhoud
  • muzische activiteiten gebaseerd op een jaarlijks aangepast thema
  • toonmoment
  • geluidenbos
  • creatieve expressie
  • bosspel
  • zwemmen
  • gevarieerde avondanimatie
Algemene doelen
  • De leerlingen kunnen muziek beluisteren en ervaren, muzikale impressies opdoen uit de geluidsomgeving met aandacht voor enkele kenmerken van de muziek: klankeigenschap en functie/gebruikssituatie
  • De leerlingen kunnen improviseren en experimenteren, klankbronnen en muziekinstrumenten uittesten op hun klankwaarde en in een muzikaal (samen)spel daarvan gebruik maken.
  • De leerlingen genieten van zingen en musiceren en dit gebruiken als impuls voor nieuwe muzikale spelideeën of andere aanverwante expressiewijzen.
  • De leerlingen kunnen een aan de speelsituatie aangepaste en aangename spreektechniek ontwikkelen (articulatie, adembeheersing, tempo, toonhoogte) en verschillende verbale en non-verbale spelvormen improviseren.
  • De leerlingen geniet van lichaamstaal, beweging en dans.
  • De leerlingen kunnen samenwerken met anderen: om al improviserend te reageren op elkaars beweging.
  • De leerlingen kunnen bewegen op een creatieve manier en daarbij één of meerdere basiselementen van de beweging bespelen: tijd, kracht, ruimte, lichaamsmogelijkheden.
  • De leerlingen kunnen soorten van eenvoudige hedendaagse audiovisuele opname en weergavetoestellen (informatiedragers) aanwijzen, benoemen en ze creatief bedienen.
  • De leerlingen kunnen blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
  • De leerlingen kunnen respect betonen voor uitingen van leeftijdsgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.
  • De leerlingen kunnen genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
  • De leerlingen kunnen zorg opbrengen voor iets of iemand anders.
  • De leerlingen kunnen bij groepstaken leiding geven en onder leiding van een medeleerling meewerken.
  • De leerlingen kunnen in functionele situaties een aantal verbale en niet-verbale gesprekconventies naleven.
  • De leerlingen kunnen zich weerbaar opstellen naar leeftijdsgenoten en volwassenen toe door signalen te geven die voor anderen begrijpelijk en aanvaardbaar zijn.